Lauriergracht (2)
Terug naar stamboom
vorige pagina
Volgende pagina
Afbeelding 32


Pagina 14
(foto linksboven) Afbeelding 32

Broodproductie bij bakkerij Carels aan de Lauriergracht
Afbeelding 33
(foto rechts) Afbeelding 33

De Hazenstraat. Het rechtse van de twee klokgevelhuizen was het woonhuis van de familie Van Assen. Op de voorgrond de toegangspoort naar onze huttenbouw
De demontage kon een aanvang nemen. In het voorjaar volgde dit ritueel in omgekeerde volgorde.De motor werd weer in elkaar gezet, op zolder proef gereden (ja u leest het goed!) en weer afgehesen. Het geheel ging niet volledig in toestemming van mijn ouders. Na zo’n ritje was het werkelijk niet meer te harden van de stank.
Er werd dan uitvoerig gelucht maar ondanks dat ontging dit mijn ouders bij thuiskomst niet. Strafmaatregelen volgden. De stenen paal voor het klooster naast ons huis diende als rustpunt bij het hijsen (afbeelding 31; vorige pagina).
Mijn herinneringen aan het wonen op de Lauriergracht zijn waarschijnlijk het sterkst gelet op mijn leeftijd toen maar zeker ook de beleving die mij sterk aanspreekt. Zo zie ik voor me de dekschuiten van ik dacht afkomstig van de Technische Unie die dagelijks door onze gracht gleden, voortbewogen door een mannetje met een lange stok die zo’n schuit voortduwde. Van de Lijnbaansgracht naar de Prinsengracht. Beiden pakhuis locaties van hetzelfde bedrijf. De Technische Unie.
Via de daken kon je helemaal naar de Elandsstraat klimmen en lopen. Je moest dan goed in de gaten houden dat je niet door de nonnen betrapt werd. Die zijn namelijk wel eens bij mijn ouders aan de deur geweest om zich hierover te beklagen. Mijn ouders wilde dat uiteraard niet hebben. Je werd dan ook op je hart gedrukt dit niet (nooit) te doen. ‘s Zomers woekerde over de gehele achterpui een klimop wat het geheel vooral bij zonlicht zeer betoverend maakte. Beneden keek je op de glazen overkappingen van de broodfabriek. Net als in de Wilhelminastraat trok ook hier de aanwezigheid van een bakkerij veel ongedierte aan. Daarnaast werd rioolwater geloosd op de gracht. Een incident waarbij één van mijn zussen midden in de nacht oog in oog kwam te staan met een heuse rat, kan ik niet vergeten. Deze was via het rioolsysteem omhoog gekropen naar het toilet op één hoog. Bij het openen van de deur vond de ongewenste confrontatie plaats. De nachtrust was voor ons allen verstoord. Die rat moet zich door het gegil toch een hoedje geschrokken zijn, nietwaar. Zielig hè? Voor die rat….

In de woonkeuken stond een grote tafel in het midden. Rond die tafel speelde zich alles af. Van het door mijn vader klaarzetten van de bordjes met een beschuit waarover yoghurt werd gegoten tot de behandeling van mijn broertje Tonny voor zijn ‘kraplak’  “komt sap uit”. Mijn behandeling ter bestrijding van wratten met behulp van tinctuur was ook iedere avond een halve doodsstrijd. Door het blijven staan tot na het eten van die bordjes werd de beschuit week met toch een krokante bodem. Lekker! In die tijd kookte mijn vader ook vaak pudding wat hij trouwens in de Wilhelminastraat ook al deed. Ruzie wie er de pan mocht uitlikken. Tijdens feestdagen kookte hij een feestpudding met lange vingers. Een waar feest. Zoals u inmiddels begrijpt deed mijn vader veel huishoudelijke taken aangezien voor zover ik mij herinner mijn moeder veel buitenshuis werkte. En wij natuurlijk een groot gezin hadden. Mijn zwager Dick woonde inmiddels ook bij ons. Zo was er ook die dag dat mijn moeder het oliestel voor het pruttelen van naar ik aanneem de hachee had aangestoken. Direct hierop volgend had zij het huis verlaten. Eén nadeel van die oliestellen was dat de oliepit de neiging had op te trekken en ter voorkoming van walm teruggedraaid moest worden. Bij terugkomst bleek de woonkeuken onbewoonbaar te zijn geworden door de roet die het stel gedurende de dag had veroorzaakt. Gelukkig geen brand maar alles, alles was zwart geblakerd. Volledige renovatie was het gevolg. Maanden na die catastrofe troffen we hier en daar nog roet aan.
 
Voor ons links om de hoek in de Hazenstraat woonde de familie Assen (afbeelding 33), waarmee wij bevriend waren. Een dochter heette Hanna, de overigen weet ik niet meer. Ze hadden een invalide oom in huis. Zo waren er de broertjes Keijzer, waarvan de ouders in de Hazenstraat een bloemenwinkel runden.Ook die voornamen ben ik helaas kwijt. Daarmee speelden wij (Agnes, Tonny en ikzelf). Een hoofdactiviteit was het hutten bouwen. Dat vond voornamelijk plaats in de 'poort' en op het braakliggende terrein hoek Hazen– en Elandsstraat. Van die broertjes Keijzer weet ik mij nog te herinneren dat zij ook pestkoppen konden zijn als het ze zo uitkwam. Ze waren door hun vermeende 'middenstand' afkomst door hun ouders behoorlijk over het paard getild. Ik weet nog dat ze mij altijd uitscholden voor schlemiel. Iets wat als kind pijn deed. Eén van de broers (Gerrie?) runde nog steeds een bloemenzaak aan de Elandsgracht, vlakbij de Lijnbaansgracht. Hij heeft klaarblijkelijk het vak overgenomen van zijn Pa.