Lauriergracht (1)
Terug naar stamboom
vorige pagina
Volgende pagina
Afbeelding 29


Pagina 13
(foto links) Afbeelding 29

Ons woonhuis aan de Lauriergracht 55, boven bakkerij Carels
In oktober 1956 besloten mijn ouders om via woningruil (hergeen in die tijd heel gebruikelijk was) te gaan verhuizen naar de Lauriergracht nummer 55 (afbeelding 29). Volgens de huidige indeling van het Gemeentearchief de Jordaan 2 genaamd. Mijn vader heeft tot aan zijn dood stellig beweert dat de Lauriergracht onder Amsterdam-Centrum viel. Alles links van de Rozengracht richting het Koninklijk Paleis gezien, was volgens zijn zeggen De Jordaan. Tegenwoordig denkt men daar kennelijk anders over. Of was hij wellicht in de war. Boven bakkerij Carels de bakker van het bekende Tip-Top brood in die glimmende verpakking (afbeelding 32, volgende pagina). In den beginne bleven Tonny en ik op school in West. Tezamen op de fiets. Tonny trappen, ik achterop. Als we onenigheid hadden over wat dan ook flikte hij het weg te rijden zonder dat ik plaats genomen had op de bagagedrager. Dan liet hij mij dichterbij komen en reed dan weer weg. Hij zal zich dat ongetwijfeld nu nog steeds herinneren.
Qua ruimte van woning gingen wij er sterk op vooruit. Niet zozeer dat we veel meer aparte ruimten kregen, maar de ruimten op zich waren beduidend groter. Inmiddels was Chris voor zijn dienstplicht bij de Marine in Den Helder en kwam alleen in de weekeinden naar huis. Tonny en ik waren gepromoveerd naar jawel een twee persoonsbed. Robby in een enkel bed en Chris in een zogenaamd onderschuif bed. Dit alles in een slaapkamer op één hoog. De meiden Sonja en Agnes in een aparte kamer in een tweepersoonsbed op twee hoog. Aan de voorzijde de nette kamer met oliekachel en later een gaskachel. In die periode werd het gasnet in geheel Nederland omgebouwd naar aardgas. Achter een hele grote woonkeuken. In eerste instantie één ruimte, maar al gauw had mijn vader het kookgedeelte met wanden met glasruiten afgebakend. Mijn vader heeft zich zeker in dit grote huis kunnen uitleven in zijn verbouwwoede. Als hij maar even de kans kreeg verbouwde hij alles wat los en vast zat. Ook in die tijd was er sprake van modeverschijnselen. Zo was het erg in om deuren te voorzien van blokken in verschillende kleuren. Een zestal in totaal. Met hardboard werden deze blokken op alle deuren aangebracht en in felle kleuren geschilderd. Om kromtrekken achteraf tegen te gaan werd het hardboard voor de deur uitgelegd en met water bespoten. Zeiknat en dan laten drogen. Tussen de gang en de nette kamer op twee hoog werd in de houten muur een halve boog uitgezaagd en voorzien van glas in lood. Althans dat maakte mijn vader zelf met strookjes grijs karton en speciale semi doorzichtige glasverf. Het resultaat loog er niet om. Ik kan niet anders zeggen dat mijn vader heel handig in dat soort zaken was. Zo werd er een schuifdeur geplaatst tussen de trapopgang en de eerder genoemde woonkeuken. Die gang lag op een andere hoogte dan de woonkeuken. Met een trapje van ik dacht twee treden werd dat verschil overbrugt. Dit soort hoogteverschillen zag je veel in die oude huizen. Vaak hadden deze bestaan uit voor– en achterhuizen. En later gekoppeld. Vandaar.
In de nette (voor)kamer werd in een bestaande kast boven elkaar scharnierende kleppen geplaatst waar achter glas alleen boekruggen werden gemonteerd alsof het leek dat het hier een boekenkast betrof. Mijn vader was boekbinder en nam deze boekruggen mee van zijn werk. Erg knap gedaan allemaal. En dan niet te vergeten die enorme zolder met daarboven zelfs nog een vliering. Die vlieringen boven alle aangrenzende woningen waren tijdens de oorlog tijdens razzia’s als vluchtroutes gebruikt. Als kinderen kropen wij, uiteraard zonder medeweten van onze ouders over deze vlieringen, waarbij wij dan bijvoorbeeld bij bakkerij Carels naar binnen konden kijken. Spannend genoeg om niet betrapt te worden. Binnen de kortste keren werd op de zolder een appodium (zo noemde Tonny het namelijk altijd) gebouwd.

Afbeelding 30
Afbeelding 31
Met oude gordijnen van mijn moeder. Van straat haalden wij bekleding voor het podium. Het was hier dat Robby zijn handelstalent ontwikkelde. Tijdens de pauzes van onze voorstellingen konden de bezoekende kinderen snoep in een door ons gebouwd winkeltje snoep van hem kopen. Later namen wij die kunst van hem over. Dubbelzoutjes welke wij kochten voor twee voor een cent, verkochten wij voor een cent per stuk. Ook bouwden wij op een gegeven moment een marionetten theater. De poppen maakten wij zelf. Ik moet zeggen dat wij nogal creatief waren in die tijd. Op latere leeftijd kwam Tonny in aanraking met het amateur toneel en ikzelf werd amateur muzikant. Dit was wellicht de eerste aanzet. Op diezelfde zolder werd de DKW motor van Chris tijdens de winter volledig gestript. In het najaar werd de motor in zijn geheel omhoog gehesen en via het dakraam naar binnen gehaald.
(foto rechts) Afbeelding 30

Een foto uit het jaar 1931. Bakkerij Henri J. Carels aan de Lauriergracht
(foto links) Afbeelding 31

Ingang van het klooster "De Voorzienigheid" naast ons woonhuis aan de Lauriergracht. Aangewezen wordt de steun hijspaal en de toegangsdeuren van bakkerij Carels