Wilhelminastraat (12)
vorige pagina
Volgende pagina
Afbeelding 28
Pagina 12
(foto rechts) Afbeelding 28
Ook de Wilhelminastraat ontkwam niet aan de stadsrenovatie. In de cirkel heeft ons oude woonhuis gestaan
genaamd. Hij was in ieder geval een stuk redelijker. Die tandboor aangedreven door een snaar aan de buitenzijde, die je zag en hoorde je lopen. Weet, voelt u het ook nog?
Als extra aantekening bij de gepubliceerde op voorgaande pagina gepubliceerde foto (afbeelding 27) wil ik nog het volgende opmerken. Rechts treft u een willekeurige BMW Isetta aan, welke later mijn leven sterker zou gaan beïnvloeden dan voornoemde tandartsen. Mijn eigen website www.Isetta.nl getuigt daarvan.
Kijk ook eens naar de verdiept liggende huizen aan de linkerkant van de straat. Reden daarvoor is mij op dit moment onbekend. Ik zal er nog wel eens navraag naar doen. Het antwoord houdt u van mij tegoed. Verondersteld wordt dat bij het dempen van de Overtoom, de zijde met de achterzijde aan de Overtoom, op een hoger (nieuw) niveau is gebracht. Nadat de overzijde van de 1e Helmersstraat inmiddels volledig gesloopt is, zijn de nieuw gebouwde huizen ook omhoog gebracht. Mijn ouders hebben muziekbeoefening altijd aangemoedigd. Mijn vader speelde viool en mandoline. Opeens verscheen er een harmonium in de achterkamer. Dat kon er allemaal nog wel bij !? Zo een orgel waarbij je door middel van trappers lucht in het instrument blaast. Daar moest uiteraard ook een leraar aan te pas komen. Chris kreeg de eer om de lessen af te nemen. Deze mijnheer verscheen regelmatig bij ons thuis om Chris de behendigheid bij te brengen. Mijn vader had met name vanwege de maatvoering van woningen in die tijd, de meeste deuren op zolder gestald of misschien ook wel opgestookt in de oorlog. Steevast iedere keer als die muziekleraar bij ons thuis kwam vroeg hij of de deur dicht mocht. Zo lang die bevlieging duurde, volgens mij maar een korte periode, heeft die vraagstelling voortgeleefd. Iedere week weer. Later verviel de muzikale beurt aan Agnes en Tonnie die beiden hun aanleg op de accordeon gingen uittesten. Volgens mij kregen zij hun eerste lessen in de Van Hogendorpstraat in de Staatsliedenbuurt. De naam van Dijk, die zich later op de Rozengracht vestigde, komt spontaan bij mij op (?!). Agnes haakte al snel af. Tonny ging door en kreeg later aanvullende lessen van accordeonist Smit op de Prinsengracht. Vlakbij het eerder genoemde Nova theater. Deze mijnheer Smit speelde voor zijn beroep in het café ‘De drie Zwaantjes’ op diezelfde Prinsengracht.
Zo staat mij ook nog een aantal andere zaken bij. Een apparaat in onze WC waar een slang overheen hing. Een soort glas in een ijzer omhulsel. Als kind vroeg je je af waarvoor dat diende. Nooit heb ik daar een antwoord op gekregen. Althans toen niet. Later heb ik begrepen dat dit apparaat diende voor het spoelen na en tijdens de maandelijkse perioden. Of anti-conceptie ?? Zo zie je maar, je bent nooit te oud om te leren.
En dan die ‘tik’ ‘tik’ Johan die regelmatig aan de deur verscheen. Of dat nou een collega van mijn vader was. Ik weet het tot nu toe nog steeds niet. Dat hoor ik nog wel eens van mijn oudste broer of zus. Bij navraag later bij Sonja, bleek die ‘tik tik’ Johan overmatige belangstelling voor Sonja te hebben. Zelf zegt ze daarover dat ze in de auto van Johan mocht meerijden, in die tijd nogal heftig, doch alleen als zij naast hem wilde zitten. Toen later bekend werd dat hij ditzelfde uitspookte met ander jonge meisjes, hebben mijn ouders abrupt de ‘vriendschap’ beëindigd.
Tijdens een buurtrenovatie in de negentiger-jaren heeft het blok Kanaalstraat (het hoekhuis)/ Pieter Langendijstraat (tussen Kanaalstraat en Wilhelminastraat) en het hoekhuis (nummer 150) van de Wilhelminastraat moeten wijken voor nieuwbouw. Op de foto (afbeelding 28) kun je nog net de het nieuwe pand onderscheiden.
De etalageruit van onze buren blijkt nog steeds in tact. Via een kranten advertentie, hetgeen vrij gebruikelijk was in die tijd, ruilden wij van woning met kermisexploitanten die alleen in de wintermaanden gebruik maakten van de woonruimte en het ruilobject voor hen te groot en waarschijnlijk te duur was geworden.
Een verhuizing naar de Lauriergracht werd een feit. Dat moet zo eind 1956 geweest zijn. Tonnie en ik bleven op de Rhijnvis
Feithschool en wij pendelden iedere dag per fiets van school naar het nieuwe adres. Overblijven tussen de middag bij de Stichting “Tussen twaalf en twee” waaover ik eerder heb verhaald.